WERKEN AAN EEN KWALITATIEVE ZORG VOOR DEMENTERENDEN

Abrahams Johan, vrije tribune De standaard, 22/09/2002.
 

Het aantal dementerende ouderen  wordt in Vlaanderen op ruim 70.000 geschat, een cijfer dat exponentieel zal toenemen in de eerstkomende decennia.  Bij Alzheimerdementie ontstaan veranderingen in het hersenweefsel, waardoor stoornissen ontstaan in het geheugen, maar ook in het denken, de taal, het uitvoeren van handelingen en in de persoonlijkheid.  Er is sprake van een geleidelijke onomkeerbare achteruitgang die op termijn van 7-9 jaar leidt tot een identiteitsafbraak en volledige zorgafhankelijkheid.  Ten aanzien van de zorgverlening voor deze dementerenden, die steeds meer beroep doen op de rust- en verzorgingstehuizen, schetsen wij hier een werkagenda.

Toegepast wetenschappelijk onderzoek
De strijd tegen Alzheimerdementie staat vandaag hoog op de agenda van onderzoekscentra over heel de wereld.  Het summiere inzicht in de oorzaken biedt momenteel echter geen aanknopingspunten voor het voorkomen van de ziekte.  Verheugend is het  groeiend inzicht in neuropathologische, genetische en klinische facetten en hun onderlinge interferentie die op termijn kunnen leiden tot remmende farmacologische middelen.  In tussentijd is het van belang dat er meer gedragswetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de psychische en sociale gevolgen van dementie voor de persoon zelf en hoe deze zo draaglijk mogelijk kunnen gemaakt worden.  Er is daarbij  nood aan toegepast onderzoek naar de effectiviteit van de huidig gekende omgangsvormen als belevingsgericht werken, validation, realiteitsoriënterend trainen, zinactivering en anderen. Meer nog stelt zich de vraag hoe deze benaderingswijzen kunnen geïntegreerd worden in het dagelijkse leven.  De resultaten van dergelijk veldonderzoek moeten gecoördineerd en gepoold worden.

De noodzaak van deskundigheidsbevordering van hulpverleners
In de omgang met dementerenden wordt van hulpverleners een groot invoelingsvermogen verwacht.  De complexe gedragsuitingen die zich kunnen voordoen zijn minder problematisch als zij adequaat begrepen en opgevangen worden. Hulpverleners moeten daarom leren omgaan met individuele preferenties van een dementerende omdat deze resulteren in een  positieve beleving en een hoger activiteitenniveau.  Dit alles veronderstelt dat er meer geïnvesteerd moet worden in  de deskundigheidsbevordering van de hulpverleners waarbij zij antwoorden krijgen aangereikt op vragen als:  “hoe omgaan met angst en innerlijke onrust, op welke wijze reageren bij dwaalgedrag, roepen, decorumverlies  of apathie,  al dan niet corrigeren van gedrag, enz.”.  Kortom, wij geloven dat de machteloosheid in de omgang met dementerenden deels kan omgebogen worden door gepaste omgangsvormen en gedragtherapeutische interventies.  Het dementieproces kan gehumaniseerd worden door warme zorgverleners die hun vak kennen.

Een kwantitatieve en kwalitatieve professionele omkadering
De zorg voor dementerenden is arbeidsintensief.   Er is niet alleen de aandacht voor de alledaagse levenshandelingen, de hygiënische zorgen maar minstens even belangrijk is de psychosociale en relationele zorg, de aandacht voor de emotionele verwerking van de betrokkene, de ondersteuning van het verwerkingsproces van de familieleden.  Om deze redenen moet blijvend aangedrongen worden op een betere kwantitatieve omkadering in de rust- en verzorgingstehuizen: 'meer handen voor zorg en aandacht'.  Een belevingsgerichte aanpak van dementerenden vereist een passende omkadering die breder is dan de huidige RIZIV-norm betoelagen.  Hulpverleners vragen om op een rustiger manier te kunnen werken, om meer dan loutere basiszorg te kunnen verlenen aangezien de 'mens meer is dan zijn te verzorgen lichaam'. Er is nochtans een even grote nood aan een kwalitatieve uitbreiding van het personeelskader.  Het implementeren van nieuwe methodieken, het aanscherpen van omgangsvormen vereisen dat een aantal bijkomende disciplines het rusthuispersoneel komt vervoegen en ondersteunen.  Wij denken hier aan een klinisch psycholoog, muziek- of bezigheidstherapeuten, gerontologen en ook (een aantal uren) psychogeriatrische artsenconsult.  Deze equipe heeft naast hun specialistische inbreng in diagnose ook een begeleidende taak van het team van verpleegkundigen en verzorgenden.

Werken aan een continuüm van zorgverlening
Dementerenden kunnen lange tijd in hun vertrouwde thuissituatie blijven vertoeven als zij omringd worden door respectvolle mantelzorgers.  Voor vele familieleden is het, niettegenstaande hun grote toewijding, niet mogelijk om in de zorg te blijven volharden.  De tijd en energie die de naaste zorgdragers opbrengen dwingen hen dikwijls te beknibbelen op hun persoonlijk leven, hun gezondheid en de goede verstandhouding in het eigen gezin.  De 'thuiszorg kan derhalve niet als 'norm' worden gesteld.  Het is daarom van belang dat de mantelzorgers voldoende worden ondersteund en dat zij zich bij momenten kunnen onttrekken aan de opgave van het nooit eindigende werk.  De recente ontwikkelingen in de uitbouw van tussenvoorzieningen als kortverblijf, nachtverblijf of dagopvang zijn dus toe te juichen. Deze kunnen voorkomen dat de dementerende vanuit een crisissituatie te snel wordt geplaatst. In het professionele zorgaanbod nemen de rust- en verzorgingstehuizen een voorname plaats in. Zij hebben de voorbije jaren een belangrijke ervaringsexpertise opgebouwd. Er blijft echter een probleem wat de beeldvorming betreft. Nog al te dikwijls wordt bij rusthuizen gedacht aan 'instellingen die best gemeden worden'.  Hiermede wordt tekort gedaan aan de doorgaans gemotiveerde en toegewijde zorgverleners, aan de inspanningen die gebeuren om infrastructuur huiselijker te maken, aan de professionele zoektocht naar meer welbevinden voor de bewoners.  Kortom, de sector wenst de uitdaging op te nemen, zij zal dit nog beter kunnen doen als zij hiervoor de noodzakelijke middelen of bijkomende ondersteuning krijgt. Bij het werken aan een continuüm van zorgverlening willen wij hier pleiten voor de uitbouw van regionale geheugencentra.  Dergelijke centra kunnen een coördinerende functie vervullen in de diagnosestelling, de behandeling en opvolging van mensen met geheugenproblemen.  Ook de bestaande welzijnsdiensten moeten gemobiliseerd worden.  We denken hier onder meer aan de centra geestelijke gezondheidszorg die met hun multidisciplinaire samenstelling een psychologische ondersteuningsconsult zouden kunnen uitbouwen of de plaatselijke ocmw's die ondersteuningsgroepen voor familieleden kunnen organiseren.

 
En tenslotte, een cultuur van eindigheid van ons kunnen
Het gedrag van de dementerende laat vermoeden  dat deze momenten beleeft van grote eenzaamheid, totale ontreddering, verlatenheid en angst.  Het is aan de naaste zorgdragers om de voorwaarden te scheppen waaronder de dementerende, binnen de marges van zijn kunnen, optimaal kan functioneren.  De zorgdragers moeten steun- en oriëntatiepunten aanbieden in een grillige en  onbetrouwbare werkelijkheid die de dementerende omgeeft.  Zij moeten dit echter doen vanuit het besef dat zij eindig zijn in hun kunnen. Hoe belangrijk het professioneel handelen ook is, dikwijls kunnen hulpverleners niet meer dan zichzelf schroomvol aanbieden: 'huil maar eens goed uit, ik blijf wel bij u'. We zullen ook moeten leren beseffen dat gelukzalige momenten voor de dementerende doorgaans zeer momentaan zijn, het is juist daarom dat de ons toevertrouwde dementerenden in de rust- en verzorgingstehuizen recht hebben op het beste.

 

 

Abrahams Johan, algemeen directeur van de rust- en verzorgingstehuizen Sint Elisabeth in Hasselt en Sint Jozef in Tongeren.

 
Zorgpartner bij assistentiewoningen in Riemst en Stevoort 
  Lees meer