10 vragen en antwoorden

Voor wie is een woon- en zorgcentrum/rusthuis bestemd?

Voor wie is een service-flat geschikt?

Wat gebeurt er als men zorgbehoevend wordt in een service-flat?

Wat is een R.V.T.-bed?

Waarom zijn woon- en zorgcentra/rusthuizen zo duur?

Is er ook een aanbod voor dementerenden?

Gemengde of aparte woonafdelingen voor personen met dementie 

Hoe bereiden we een rusthuisopname het best voor?

 Welke plaats hebben familieleden in het woon- en zorgcentrum/rusthuis?

Kan de bewoner financiële steun genieten bij een rusthuisopname?

Wat als er klachten zijn over de zorg- en dienstverlening van het woon- en zorgcentrum/rusthuis?

In hoeverre kunnen de kinderen financieel aangesproken worden?

 


Voor wie is een woon-& zorgcentrum/rusthuis bestemd?
Het woon- en zorgcentrum/rusthuis is bestemd voor opvang van bejaarden die geen constant medisch toezicht behoeven maar die wel nood hebben aan verpleegkundige en verzorgende ondersteuning voor de dagelijkse levenshandelingen. Beperkte mobiliteit en zelfzorg, dementieproblematiek zijn veel voorkomende verschijnselen. In de meeste woon- en zorgcentra/rusthuizen zijn echter ook semi-valide bejaarden welkom.

Voor wie is een service-flat geschikt?
Sociale overwegingen zoals eenzaamheid, gevoelens van onveiligheid thuis, beginnende motorische beperkingen zijn doorgaans beweegredenen om de veiligheid van een aaneengesloten woon-complex te gaan opzoeken. Wonen in service-flat situeert zich tussen het onafhankelijk wonen "thuis" en het "beschermd wonen" in een rusthuis. Een service-flatcomplex bestaat enerzijds uit individuele wooneenheden en anderzijds uit gemeenschappelijke voorzieningen voor dienstverlening waar men beroep op kan doen. De behoeften van de residenten worden in een service-flat dus benaderd vanuit 3 invalshoeken: er wordt een aangepaste huisvesting in een beschermde woonomgeving geboden met een facultatieve dienstverlening.  Een service-flat beschikt over afzonderlijke slaapkamer, een uitgeruste keuken en een afzonderlijke badkamer (voorzien van douche, wc, wastafel en toebehoren). Het dienstenpakket in de service-flat is beperkt gezien bij deze valide residenten een relatieve grote mate van zelfstandigheid wordt verondersteld. In de flats is een 24 uur op 24 uur permanentie verzekerd middels een personenoproepsysteem.

Wat gebeurt er als men zorgbehoevend wordt in een service-flat?
In een service-flat ligt de klemtoon op het 'zelfstandig wonen' waarbij de zorgverlening 'bijkomstig, incidenteel of gelimiteerd in tijd moet zijn' (cfr. omzendbrief van Gemeenschapsminister Demeester). De toegang tot de meeste service-flats wordt dan ook op deze wijze bepaald. Wanneer u op zoek gaat naar een geschikte service-flat is het van belang te vragen op welke wijze het bestuur de doorstroming naar een woon- en zorgcentrum/rusthuis garandeert indien zorgbehoevendheid blijkt. U mag verwachten dat één en ander op een naadloze wijze gebeurt met duidelijk gedefinieerde criteria.

Wat is een R.V.T.-bed?
Een woon- en zorgcentrum/rusthuis kan beschikken over een bijkomende erkenning van R.V.T.  Dit wil zeggen dat zij vanwege het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeit) een hogere tussenkomst bekomt voor opvang van zwaar zorgafhankelijke bewoners.  Tegenover deze bijkomende financiering worden verhoogde personeelsnormen gesteld.  Kortom, het beschikken over bijkomende R.V.T.-middelen laat het woon- en zorgcentrum/rusthuis toe een betere kwalitatieve en kwantitatieve omkadering uit te bouwen.

Waarom zijn woon- en zorgcentra/rusthuizen zo duur?
Men hoort nogal eens vertellen dat woon- en zorgcentra/rusthuizen "onbetaalbaar zijn". De gemiddelde prijs van een woon- en zorgcentrum/rusthuis bedraagt vandaag om en bij de 50,-55,-euro (met maxima van 65 euro). Deze hoge kostprijs wordt voornamelijk veroorzaakt door de personeelskosten die om en bij de 70% van de totale uitgaven opslorpen. Voor deze kost wordt u echter heel wat aangeboden:
• de volledige hotelkost (verwarming, eten, ...)
• een 24 uur verzekerde permanentie van professionele beroepskrachten
• een uitgebreid vrijetijdsaanbod
• alle verzorgingsmateriaal (verzorgende producten, glycemietests, ...)
• incontinentiemateriaal
• tv-distributie
• verzekering burgerlijke aansprakelijkheid.                                            

Welke plaats hebben familieleden in het rusthuis?
De meeste familieleden hebben zich gedurende een hele periode voor de opname van hun vader of moeder in het woon- en zorgcentrum/rusthuis bekommerd om de zorg en ondersteuning van hun ouders. Geen moeite is hun teveel geweest: het huis komen oppoetsen, boodschappen doen, gezelschap houden, ... Een woon- en zorgcentrum/rusthuis moet trachten deze warme familiale banden te blijven bestendigen. De beste zorg is degene die gedeeld wordt. De meeste woon- en zorgcentra/rusthuizen geven daarom gestalte aan een ruime inspraak middels een gebruikersraad.
In de familieraad worden op een structurele wijze alle facetten besproken die van belang zijn voor het "welbevinden" van de bewoners. In onze woon- en zorgcentra/rusthuizen hebben de familieleden een uitdrukkelijk plaats via de familieraad.

De familieraad heeft volgende taken:
a) De raad fungeert als een platform waar alle aangelegenheden kunnen besproken worden die het welbevinden van de bewoners aanbelangen
b) De raad kan dienaangaande suggesties formuleren, voorstellen overmaken, kritische reflecties verwoorden
c) De raad wordt samengesteld uit een vaste groep van familieleden. Zij treden als het ware op als ambassadeurs voor alle familieleden
d) De raad komt viermaandelijks samen. De raad bepaalt autonoom de agendasetting.
e) Om een optimale opvolging mogelijk te maken zal vanwege het rusthuis de directie of zijn afgevaardigde deelnemen aan de vergaderingen. De raad kan steeds — indien zij dit wenst — apart samenkomen.

Kan de bewoner financiële steun genieten bij een rusthuisopname?
Een opname in een woon- en zorgcentrum/rusthuis is voor vele mensen een zware financiële last. Op het einde van elke maand volgt een factuur die dikwijls niet gedekt wordt door het inkomen (pensioen) van de bejaarde. U neemt best contact op met de sociale dienst van uw gemeente of OCMW om na te gaan of u recht hebt op een tegemoetkoming of vrijstelling van een aantal kosten. Hieronder lichten wij bondig de mogelijkheid toe om bij het OCMW waar de bejaarde zijn domicilie heeft een aanvraag in te dienen voor "een OCMW-tegemoetkoming.  Meerdere bejaarden zijn financieel niet in staat om hun rusthuisfactuur te betalen. In dergelijke omstandigheden kan de bejaarde een beroep doen op het OCMW dat aan elke persoon een recht op maatschappelijke dienstverlening moet garanderen. In het algemeen kan gesteld worden dat het beginsel van de vrije keuze van woonplaats (dus ook van het rusthuis van keuze) centraal dient te staan. De maatschappelijke dienstverlening waartoe het OCMW gehouden is, heeft precies tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan deze menselijke waardigheid. Bijgevolg moet het OCMW de bejaarden in de mogelijkheid stellen, wanneer deze niet meer alleen kunnen wonen, in een woon- en zorgcentrum/rusthuis naar hun keuze opgenomen te worden en te verblijven.

Basisbeginselen:
De basisbeginselen inzake het ten laste nemen van steun door het OCMW liggen vervat in de wet van 2 april 1965, die allesbehalve uitblinkt qua helderheid en tot de meest uiteenlopende interpretaties aanleiding geeft. Het voornaamste uitgangspunt in voormelde wet is het onderscheid dat gemaakt wordt tussen:
• enerzijds welk O.C.M.W. bevoegd is om de steun te verlenen, met name waar de aanvraag tot steunverlening moet worden ingediend
• en anderzijds welke instantie uiteindelijk de kosten van hulpverlening ten laste neemt.

De steunaanvrager (de bejaarde) moet zich in principe enkel om het eerste punt bekommeren, met name het voor de steunverlening bevoegd O.C.M.W. De bevoegdheidsregels voor steunverlening inzake opname in bejaarden voorzieningen kunnen als volgt worden samengevat :
1) Voor de verblijfs- en verzorgingskosten in erkende rusthuizen, RVT's, serviceflats, psychiatrische ziekenhuizen, PVT's en beschut wonen is, conform artikel 2 §1 van de wet van 2 april 1965, het OCMW bevoegd van de gemeente waar betrokkene op het ogenblik van zijn opneming gedomicilieerd was.
2) Hetzelfde O.C.M.W. blijft bevoegd om steun te verlenen, wanneer een persoon achtereenvolgens en zonder onderbreking wordt opgenomen door verscheidene instellingen of wanneer een persoon, tijdens zijn verblijf in de sub 1 vermelde voorzieningen, een behandeling in een algemeen ziekenhuis moet ondergaan (artikel 2, § 3 van de wet).

Procedure
1) De aanvraag tot tegemoetkoming moet uitgaan van de betrokkene zelf.
2) Bij negatieve beslissing van het O.C.M.W. moet binnen één maand beroep worden ingesteld bij de arbeidsrechtbank. Wanneer het O.C.M.W. één maand na de aanvraag nog geen beslissing getroffen heeft, kan hiertegen eveneens beroep worden aangetekend.

Wat als er klachten zijn over de zorg- en dienstverlening van het rusthuis?
Woon- en zorgcentra/rusthuizen hebben de opdracht hun bewoners kwalitatieve zorg aanbieden in een warm huiselijk woonkader. Een organisatie is echter "mensenwerk". Onvolkomenheden in de dienstverlening zijn steeds mogelijk: een vriendelijk woord ontbreekt, de maaltijden zijn onvoldoende gevarieerd of worden koud opgediend, de krant wordt te laat bezorgd, het is te koud in de kamer, de facturen zijn onbegrijpelijk, men krijgt geen antwoord op zijn vraag... Op die ogenblikken voldoet de service niet aan de gestelde verwachtingen.

Rusthuizen geven 'stem' aan hun gebruikers door het installeren van een bewonersraad.  Aldaar kunnen alle aspecten besproken worden van de dagelijkse zorg- en dienstverlening.  De meeste rusthuizen vullen deze vorm van inspraak aan met een familieraad (zie boven).

Sommige rusthuizen werken ook met periodieke kwaliteitsbevragingen.  Bij de bewoners en familie wordt in een enquête of met een diepte-interview gepeild naar de algemene tevredenheid.

Een goed rusthuis neemt klachten 'au sérieux'. Indien de bewoner van mening is dat hij/zij niet gehoord wordt dan kan er contact genomen worden met de Rusthuis-info-foon (Vlaamse Gemeenschap) : 078/15 25 25

Wat als er klachten zijn over de zorg- en dienstverlening van het rusthuis?
Woon- en zorgcentra/rusthuizen hebben de opdracht hun bewoners kwalitatieve zorg aanbieden in een warm huiselijk woonkader. Een organisatie is echter "mensenwerk". Onvolkomenheden in de dienstverlening zijn steeds mogelijk: een vriendelijk woord ontbreekt, de maaltijden zijn onvoldoende gevarieerd of worden koud opgediend, de krant wordt te laat bezorgd, het is te koud in de kamer, de facturen zijn onbegrijpelijk, men krijgt geen antwoord op zijn vraag... Op die ogenblikken voldoet de service niet aan de gestelde verwachtingen.

In hoeverre kunnen de kinderen "financieel" worden aangesproken?
In tal van gevallen bestaat een wettelijke onderhoudsplicht van de "kinderen" indien de bejaarde niet in staat is om de dagprijs te betalen. De vordering dient wel door de bejaarde zelf te worden uitgeoefend. Ook het OCMW beschikt over een direct verhaal in het kader van de terugvordering van de verleende maatschappelijke steun.Deze reglementering kan best in een gesprek met de sociale dienst van een O.C.M.W.  besproken worden.

Naar Belgisch burgerlijk recht zijn volgende personen onderhoudsplichtig: (wij beperken ons tot de voornaamste categorieën (het burgerlijk wetboek vermeldt niet minder dan 11 categorieën, zoals onder meer de "pleegvoogd t.a.v. de pupil, geadopteerden en hun descendenten t.a.v. de adoptanten en omgekeerd, ...).

1° de ene echtgenoot t.a.v. de andere (art. 213 en 221 BW), en na scheiding van tafel en bed de echtgenoot tegen wie de scheiding is uitgesproken t.a.v. de onschuldige (art. 308 BW);

2° de ouders t.a.v. hun kinderen van wie de opleiding niet voltooid is (art. 203, §1 BW, toepasselijk op de adoptieve ouders krachtens art. 361, 6 1, 1ste lid BW, op de ouders van een verlengd minderjarige krachtens art. 487 quater, 1ste lid BW, op de uit echt gescheiden ouders krachtens art. 1288, 1ste lid 3° Ger.W.);

3° bepaalde aanverwanten in de eerste graad, namelijk de schoonouders t.a.v. de gehuwde kinderen en omgekeerd (art. 206 en 207 BW); er is geen onderhoudsplicht t.a.v. verdere ascendenten van de echtgenoot of t.a.v. de echtgenoot van verdere descendenten; de onderhoudsplicht tussen aanverwanten houdt daarenboven op wanneer het huwelijk waardoor de aanverwantschap is ontstaan, ontbonden is door

(a) de dood van de echtgenoot die deze deed ontstaan, op voorwaarde dat er geen kinderen uit dit huwelijk in leven zijn, of

(b) door echtscheiding, zelfs als er kinderen uit dit huwelijk gesproten zijn; deze onderhoudsplicht houdt eveneens op t.a.v. de schoonmoeder indien zij een tweede huwelijk aangaat;

Op te merken valt dat naar burgerlijk recht geen onderhoudsplicht bestaat tussen verwanten in de zijlinie (bv. broers en zusters). Terugvordering door het OCMW ten laste van de onderhoudsplichtigen
De hulp verleend in het kader van de OCMW-wet moet door het OCMW achteraf teruggevorderd worden van hen die ten aanzien van de steungerechtigde een wettelijke onderhoudsplicht hebben:
• In bepaalde gevallen bestaat voor het OCMW zelfs een verplichting tot terugvordering. Thans is dit beperkt tot de echtgenoot, de ouders en de kinderen.
• Ten aanzien van de andere onderhoudsplichtigen bestaat geen verplichting en kan het OCMW vrij afzien van terugvordering, zonder nadere motivering.

De onderhoudsuitkering als aftrekbare besteding
Conform artikel 104 van het Wetboek van Inkomstenbelasting kunnen onderhoudsuitkeringen fiscaal worden afgetrokken (ten belopen van 80 %) voor zover aan hiernavolgende voorwaarden is voldaan:

1. Wettelijke onderhoudsplicht
De onderhoudsuitkeringen zijn slechts aftrekbaar voor zover sprake is van een wettelijke verplichting tot onderhoud (cf. zie boven). Indien de kinderen derhalve financieel tussenkomen voor hun ouders die in het rusthuis zijn opgenomen, dan is dit fiscaal aftrekbaar. Voorwaarde is wel dat de ouders zelf niet over voldoende middelen of inkomsten mogen beschikken om het rusthuisverblijf te bekostigen. Verder is het zonder belang of de onderhoudsuitkeringen rechtstreeks aan de instelling dan wel aan de uitkeringsgerechtigde zelf worden betaald. Tot slot moet worden beklemtoond dat de toepassing van de aftrekmogelijkheid door de onderhoudsplichtige een omgekeerd effect ressorteert bij de onderhoudsgerechtigde (opgenomen bejaarde). De ontvangen uitkeringen zijn belastbaar in hoofde van de gerechtigde (opgenomen bejaarde), ook indien de onderhoudsplichtige rechtstreeks aan de instelling betaalt. In laatst vermelde situatie blijven de uitkeringen immers in het voordeel van de onderhoudsgerechtigde (opgenomen bejaarde) gedaan: zij zijn bestemd als vergoeding van de kosten die de verzorgingsinstelling voor de persoonlijke onderhoudsbehoeften van de opgenomen bejaarde doet, daar waar de opgenomen bejaarde anders die kosten zelf met de van de onderhoudsplichtige ontvangen uitkeringen moet betalen.

2. Geen deel uitmaken van het gezin
De personen voor wie de onderhoudsuitkering bestemd is, mogen geen deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige die de uitkering betaalt. Verblijf of domicilie in het woon- en zorgcentrum/rusthuis vormt hier precies een pluspunt om van de fiscale aftrekbaarheid te kunnen genieten, dit in tegenstelling tot de toepassing van het huwelijksquotiënt (1).

3. Indien het niet-gekapitaliseerde onderhoudsuitkeringen betreft, moeten zij regelmatig worden betaald
De notie "regelmatig" veronderstelt niet noodzakelijk een wekelijkse, maandelijkse of trimestriële storting. Het is voldoende dat de betalingen punctueel en volgens de omstandigheden herhaaldelijk plaatshebben.

4. Bewijsstukken
De betaling van de uitkering of van het kapitaal moet door bewijsstukken worden gerechtvaardigd. Die bewijsstukken moeten zowel de werkelijkheid als de bestemming van de betalingen voldoende aantonen. Bij rechtstreekse betaling aan het woon- en zorgcentrum/rusthuis kan men gemakkelijk de omvang van het kostenbedrag bepalen. Er bestaat geen specifieke fiche. Het is voldoende dat een document wordt opgemaakt waarin het woon- en zorgcentrum/rusthuis het totaalbedrag, gekregen van de betalende kinderen, attesteert voor het verblijf van de ouders.

 
Zorgpartner bij assistentiewoningen in Riemst en Stevoort 
  Lees meer